White Jade River      
juni 2020      







Amusant is een interessanter woord dan we op het eerste zicht zouden denken. Het werd in een "Thinkerview" interview aangehaald door socioloog Monique Pinçon-Charlot die samen met haar man Michel een flink deel van hun sociologisch onderzoek hebben besteed aan de "haves" in de franse samenleving. Ze merkte op dat "amusant" daar veelvuldig wordt gebruikt: het uitnodigen van die of die is "amusant", kennis nemen van dat of dat is "amusant", hier of daar naar toe gaan is "amusant", een nieuw kledingstuk is "amusant" — ik vul de voorbeelden maar even in, zo uit het hoofd, aan de hand van eigen herinneringen.

Waar komt dat woord "amusant" vandaan en wat zijn de betekenis en consequentie er van?
Het was een zekere Henri Frédéric Amiel (spreek: amjèl - Genève 1821-Genève 1881) die in zijn dagboek (Journal intime) op 8 september 1866 schreef: "L'honnête homme est celui qui ne se pique de rien." (De nette mens is iemand die nergens té zwaar in betrokken raakt.)
De zwitser Amiel was filosoof en dichter. Dat wil zeggen, hij was nazaat van een Hugenoot die na de herroepinging in 1685 van het Édict van Nantes met zijn familie naar Zwitserland moest uitwijken. Opgevoed in het protestantisme dat in die tijd een zeker stoïcisme beleed, in de filosofische betekenis van het woord — het komt zoals god het wil; we moeten het maar nemen zoals het komt — en machteloos ten overstaan van een autoritair opererend frans koninkrijk bleef Amiel, zo moeten we maar aannemen, koel onder wat zich afspeelde, en was beslist niet van plan zich waar dan ook maar ernstig mee te gaan bemoeien, je hebt een bloedneus voor je 't weet.

Die opvatting van "ne se piquer de rien", je nergens al te druk over maken, is in Frankrijk wijd en zijd overgenomen door een "haute bourgeoisie" en zeker door de adel die liever niet kennis wilden maken met de grol des konings. Sinds de gedekte tafel van Louis-XIV waar niemand over politiek mocht spreken op straffe van heenzending had wie zich daar mocht presenteren zich al gewend aan een grote mate van afstandelijkheid. Men had het over koetjes en kalfjes, over elkaar, over de veelvuldig georganiseerde feesten en hield zich verder bezig met het beheren van het eigen "patrimonium": de roerende en onroerende zaken. De rest was "amusant", je kon er eens kennis van nemen, maar dat was het dan ook.

In tegenstelling tot Engeland waar een Agatha Christie nog schreef dat leden van de adel zich diepgaand gingen bemoeien met bijvoorbeeld de verheffing van het afrikaanse volk — zendelingen, zo schreef ze, gingen naar "Botjewanaland" — bleef de franse bovenlaag ten diepste onbetrokken bij het maatschappelijke reilen en zeilen van het land, tot een mate waarin een nu zittende President — die eerder al had gevraagd wat dat voor machine, daar, in de gang was — dat is een koffie-automaat, was het antwoord — zijn verwondering uitte met te zeggen dat zo'n "gilet jaune" (geel hesje) "waarachtig nog behoorlijk intelligent is." Dat had hij niet verwacht.

En het is ook vanwege dat "ne se piquer de rien", c.q. niet verder komen dan wat men ontmoet "amusant" te vinden, dat dit deel van de samenleving maar heel verhoudingsgewijs maar heel weinig filosofen, ingenieurs, uitvinders, sociologen, agronomen en dergelijke heeft opgeleverd (politiek bedrijven is niet "werken", zo meent men). Men blijft aan het oppervlak, en kijkt aan het eind van een leven wellicht met genoegen terug op die dag dat men met de wagen naar de paarderennen trok, een fles sjampie en een bakje aardbeien met room uit de kofferbak haalde en er eens flink van ging genieten. Heel amusant. Hik. Laatste snik.



Het in genoemde lagen van de bevolking min of meer taboe zijn van arbeid heeft zich in het verleden doorgezet in een Nederland dat vanaf, zegt men, de achttiende eeuw vrouwen buiten de economie plaatste, althans voor enkele eeuwen, althans met uitzondering van zware en ongeschoolde arbeid.
Tot op vandaag hebben dames van zekere stand een winkelruimte in gebruik in het amsterdamse Hirsch-gebouw. Als welzijnsorganisatie — we werken niet, maar houden ons nuttig bezig — produceerden ze in de vijftiger-/zestiger jaren van de vorige eeuw kinderkleertjes van hoogwaardig materiaal en bewonderenswaardige afwerking. Ze hadden ook de naam van de vereniging in de etalage gezet: "Tesselschade. Arbeid adelt". Met, toen, als onvermijdelijk en typisch cynisch amsterdams commentaar: ja, arbeid adelt, maar adel arbeidt niet. Daar is in deze generatie een drastische wijziging in gekomen. De adel laat zich niet meer zomaar als nutteloos object in een pronkkast zetten.

Overigens denken "we" nog steeds dat theedoeken en accept-girokaarten wereldwijd bekende en toegepaste fenomenen zijn, net als onderbroeken die, zo vertelden ze in juni 2019, twee nederlandse jongens naar Tanzania verzonden. Want geen onderbroek dragen "is toch verschrikkelijk!" Wie op school nog wat over de voormalige kolonieën heeft geleerd, heeft in die tijd meegekregen dat, nadat ze onderbroeken zijn gaan dragen, de Papoea's ernstige ziekten opliepen als gevolg van afwezigheid van waspoeder en aan vieze onderbroeken hechtende bacterieën.

Naar de nieuwspagina




Nieuws over Boeddhisme is een productie van White Jade River, Instituut voor Boeddhisme.
De paginas bestaan sinds september 2004.
email: whitejaderiver@gmail.com / contactwjr@yahoo.nl

Stichting onder nummer 20138036.