White Jade River      
maart 2020      







Omdat het op 8 maart internationale vrouwendag is, is een vertaaldispuutje bewaard waarin vorig jaar de sanskritist Nitja-nand Misra passages besprak uit een Ramayana-vertaling door een team westerse sanskritisten onder leiding van Robert Goldman en Sheldon Pollock. Zoals u weet is de Rama-jána een hindu-epos waarin de halfgod Rama de hoofdrol speelt, en zijn echtgenote Sīta ontvoerd wordt door een nare koning.

De kritiek van Nitja-nand Misra, die van harte de door indiase sanskritisten naar het engels vertaalde, en door Gīta Press uitgegeven Ramayana geeft op de Goldman/Pollock-vertaling is heel overtuigend. Daarom wordt hier, omdat het in de gewraakte passage over een vrouw gaat, en over de ruzie tussen Rama en Sīta — ja, halfgoden kiften ook, kijk maar naar de oude Grieken — ingegaan op de door het feminisme ingekleurde Sheldon Pollock-vertaling.
Wie het wil beluisteren kan naar de video gaan waar vanaf ca 29:00 min. over Rama's boosheid of woede gesproken wordt in het tekstgedeelte VR 6.116.14 (CE 6.104.14). Overigens heeft u vorig jaar wellicht al gelezen dat dit Ramayana-epos oorspronkelijk geschreven werd door Válmiki.

Er wordt hier niet het gelatiniseerde Sanskriet-tekstgedeelte gegeven, eenvoudigweg omdat het niet voorhanden is. We gaan het dus beperken tot de vertaalde passages. Ten eerste de Pollock-versie van de ruzie tussen man en vrouw:
(Sīta says:) "But now, tiger among men, you have given way to anger like some lesser man, taken into account only that I am a woman."
("Maar nu, tijger onder de mannen, heb je je als een man van minder allooi overgegeven aan kwaadheid, omdat je alleen maar mijn vrouwzijn in de gaten hebt.")

De Gīta Press-versie:
(Sīta says:) "By you, however, who, like a small man, gave yourself up to anger alone, O jewel among the rulers of men, womanliness alone has been mainly taken into consideration."
("O, kleinood onder de rajas, omdat je je als een 'kleine' man (= van minder allooi) hebt overgegeven aan kwaadheid, daarom heb je alleen maar aandacht geschonken aan mijn vrouwzijn.")

In de Pollock-vertaling lijkt inderdaad sprake te zijn van een vooringenomen mening: mannen kijken alleen maar naar vrouwzijn (en geven daar minder waarde aan dan aan manzijn). Zo kun je denken wanneer je kind bent van een maatschappij waarin sinds de eerste suffragettes de gelijkheid tussen man en vrouw op de agenda staat: zie je wel, ze zijn allemaal gelijk, ze onderdrukken vrouwen.

De Gīta Press-vertalers hebben daar minder mee gezeten. Zij namen in beschouwing dat hier een halfgod uit de oudheid aan de orde was die door zijn vrouw werd terecht gewezen: Omdat je kwaadheid koestert (hier wordt krodha gebruikt), daarom zie je alleen maar één aspect, mijn vrouwzijn, en niet mijn andere eigenschappen en/of kwaliteiten.
In die optiek is Rama dus geen vrouwenverachtend figuur maar geeft hij het voorbeeld waar in de aziatische "science of consciousness" de werking en resultaat wordt verklaard van boosheid of kwaadheid: de persoon heeft op zo'n moment een soort tunnelvisie, ziet alleen maar dat wat onmiddellijk in het oog springt, en niets anders.

(Waar Sheldon Pollock inderdaad het "tiger among men" vandaan heeft gehaald is niet bekend, maar waarschijnlijk was het zijn dikke duim.)

Kwaadheid in boeddhisme

De boeddhistische manuscripten geven kwaadheid niet veel ruimte: je hebt er niks aan, je moet het even vermelden als een negatieve eigenschap, maar al te veel woorden zijn er niet voor nodig. Een uitzondering daarop vormt een rede uit de Middellange Predikingen van het Pāli-boeddhisme (de parabel over de zaag [PTS 124-126]), waarin een bediende haar werkgeefster, Vedéhika genaamd, het bloed onder de nagels vandaan treitert, dan met de sluitstang van de deur op haar hoofd wordt geslagen, en vervolgens rondbazuint dat haar werkgeefster een kreng is.(1)

Er is nog een andere vrolijke vermelding van het Pāli kodha. Daar wordt het gegeven samen met uddhumāyika: zwellen, groter worden: Wanneer iemand 's-nacht heeft liggen woelen over een of andere zaak, dan wordt het de volgende dag opgeblazen (M. I.144).
En dan hebben we in de onvolprezen Sutta Nipāta nog het:
māno hi te brāhmana khāribhāro kodho dhūmo bhasmani mosavajjan, ...
"... woede is als de rook die zich onder de hete as verborgen houdt..." (S i.169) Met andere woorden, kijk er voor uit, roei het uit, het wordt je tot de dag van je dood nagedragen.

(1) Kodha is hier de Pāli-term, krodha in het Sanskriet, hier vertaald met gram, razernij.
Hier is een ooggetuigeverslag, en een van de spaarzame momenten waarop we inter-etnische spanningen zien. De bediende heette Kalī; ze was een Dāsī. De eerste britse vertaler, Lord Chalmers, gaf het woord Dāsī als "slavin" (dāsa: slaaf, dāsī: slavin). Daar heeft hij zich wat mee op de hals gehaald! Een paar honderd jaar van ongenuanceerde vooroordelen over wilde volkeren die er slaven op na houden (plus koppen snellen, en vrouwen slaan — wat zijn wíj blij dat we beschaafd zijn.)
In de achter ons liggende jaren is hier uiteengezet dat de Dāsa en de Pāni overwonnen indigene volkeren waren, overwonnen door landverhuizers vanuit de westelijke regionen van het huidige India die voor overstromingen uit hun vee oostwaarts dreven.
Vedéhika, resp. Vedéhi wordt verder in de vroege teksten gegeven als de naam van een vorstin, of tenminste toch de vrouw van een hoofdman uit een van die migrerende clans die met haar familie kamp had opgeslagen langs een van de "wetlands".
Kalī is een van de indigene goden — die kennelijk al vereerd werden nog voordat het hinduďsme als hinduďsm werd gesystematiseerd — bloeddorstige goden die voor het boeddhisme echt niet kunnen. We hebben het volste recht om dieroffers en, in andere gevallen, zelfkastijding van de hand te wijzen.
De Dāsī Kalī, die vanwege haar positie als oorlogsbuit/lijfeigene een grol jegens de overwinnaars moet hebben gehad, had gehoord dat haar werkgeefster (haar bazin) vriendelijk en geduldig was. Nou, dat ging Kalī dan op de proef stellen: stieren en stangen. Lekker puh!

Naar de nieuwspagina

Het bovenaan getoonde schilderij is van Pierre Bonnard die zijn vrouw Marthe, die steeds mistiger van geest werd, liefdevol verzorgde: kijk, Marthe, hoe mooi de tuin in bloei staat.




Nieuws over Boeddhisme is een productie van White Jade River, Instituut voor Boeddhisme.
De paginas bestaan sinds september 2004.
email: whitejaderiver@gmail.com / contactwjr@yahoo.nl

Stichting onder nummer 20138036.