White Jade River      
oktober 2021      








Onder deze afbeelding van een namaak-bonsai, compleet met quasi touwtjes waarmee de takken in de gewenste vorm worden gedwongen, kunnen we het deze maand hebben over een najaarsgebeuren dat in Cambodja "Pchum Ben" heet, in Japan "Bon" (Odori), en in de chinese invloedssfeer Yulan (Yúlán pén jié). In Cambodja is "Pchum Ben" deel van een hele week van festiviteiten: "Kan Ben", en in China en omstreken wordt er ook een week lang aandacht aan besteed, en dan met name aan een weekje vegetarisch eten, en ceremoniën voor de doden: toe nou! we brengen voedsel, eer, en wat jullie maar leuk vinden, maar blijf in je dodenhok; val ons het komende jaar niet lastig.

In dit laatstgenoemde gebruik is het een volksfeest waarin een (chinese) god over de doden meespeelt. Hij straft zonodig pas aangekomen overledenen voor de apestreken die ze tijdens het leven hebben uitgehaald.

In de loop van de tijd is het jaarlijkse en volkse Yulan samen komen te vallen met de in dezelfde periode plaatsvindende boeddhistische dodenverering waarin de monnik Moggallāna (Chin. Moeljèn) tevergeefs zelf pogingen onderneemt om zijn overleden moeder het na-aardse bestaan gemakkelijk te maken, en wanneer dat niet lukt dan maar alle mede-monniken optrommelt om samen met hen een extra lap op hun bovennatuurlijke vermogens te geven.
Het is een heel jong, of, andersom geredeneerd, laat, mahāyānistisch verhaal dat op zijn beurt weer een oorsprong vindt in de vroegste Pāli (=theravāda) Peta-vattu: gesprekken tussen Boeddha en zijn monniken over handelen en nabestaans resultaat van handelen — hoe en waar er wedergeboorte (niet reïncarnatie) plaatsvindt.
De Petavattu wordt gedateerd op de actuele levensperiode van Boeddha, zo'n 5-6 eeuwen vC, en hij op zijn beurt heeft het concept (P.) peta dan weer uit andere indiase stromingen waarin er sprake is van (Skr.) preta.

De Mahābhārata is een van die andere bronnen (behorend tot het hinduïsme). In het achtste hoofdstuk daarvan is sprake van een persoon met de naam "Dhrita rashtra". In een vertaling die gemaakt werd vanuit de Krishna Consciousness-beweging wenst deze persoon na zijn dood een Preta te worden teneinde "goed te maken wat al die zonen van mij" aan kwaad hebben gedaan.
De voetnoot bij deze passage zegt dat het zijn van een preta een jaar duurt, mits in die tijd de "Sapindi-karana Sraddha" is uitgevoerd, een door de levenden verdienste maken, en die verdienste (ten volle) overdragen aan de overledene. Daarna pas gaat de preta naar het rijk van de "pitris", de (voor-)vaderen.

Het is dus heel duidelijk dat hier, in het indische, maar ook in het zuid- en oostaziatische boeddhisme een behoud is gezocht en gevonden van een heel oud concept over karma en zijn uitwerking op het leven na de dood.

Het is dan ook opmerkenswaard dat iemand als Buddha-ghosa (geboren in de buurt van Bodhgaya, maar werkend op (Sri) Lanka) het in dit verband heeft over de soort-van-godheid Yama die in zijn optiek een peta is. In een commentaar op een tekst uit de Pāli Middellange Predikingen (MN), stelt hij dat deze Yama een vimānapeta is, een die af en toe zwaar afziet. Kennelijk gaat Buddha-ghosa in zijn behandeling van het concept peta niet verder dan dat.

En verder moet nog opgemerkt worden dat de bijdetijdse boeddhist enigszins in zijn maag zit met dat chinees-volkse aanhaken van het dodenfestival aan het verhaal over Mulian (moeljèn). Dat als gift aan de doden verbranden van papieren villas en mercedessen, en dat overdreven geloven dat pretas/petas de levenden kunnen lastigvallen wekt ongemakkelijke gevoelens op: asjeblief zeg, doe normaal!

Naar de nieuwspagina




Nieuws over Boeddhisme is een productie van White Jade River, Instituut voor Boeddhisme.
De paginas bestaan sinds september 2004.
email: whitejaderiver@gmail.com / contactwjr@yahoo.nl

Stichting onder nummer 20138036.