White Jade River      
november 2021      








Tijdens een van die zomerfestivals of zomer-universiteiten die dit jaar in juli/augustus in Frankrijk werden gehouden, kwam in een tweegesprek over Palestina (de Levant) het gedicht Romance Sonámbulo, romance van een slaapwandelaar, van Federico Garcia Lorca aan de orde (1898-1936). Dan valt het luik naar 60-er, 70-er jaren toneelvoorstellingen open waar het werk van Lorca ook op het programma stond, en zijn boeken bij de ingang van de boekhandel lagen.

In dat 2021-gesprek over de Levant, en hoe, onder het wakend oog van de Unesco, alle archeologische vondsten die niet aan het joodse volk gekoppeld kunnen worden resoluut aan gruzels worden geslagen — de documentaire "nakba", de ramp, mag in Nederland nog steeds niet vertoond worden, want het gaat over de israelische bevolkingspolitiek, want de shoah — werd gemeld hoe een levantijnse dichter als Mahmoud Darwich Lorca's eerste zin incorporeerde in een van zijn eigen gedichten: "Verde que te quiero verde." De, zoals de spreker meende 20.000 tot 30.000 mannen die op Darwich's recitals afkwamen zullen uitzinnig hebben gereageerd, en "groen" totaal anders hebben verstaan dan Lorca dat deed.
Daar moesten we het wat dat betreft maar bij laten.
En wanneer we aan Spanje, Lorca's vaderland denken, dan ook is groen niet de eerste kleur die in onze gedachten opduikt.

Terug naar Lorca, ook met William Bryant Logan's vertaling bij de hand, waar "Verde, que te quiero verde" wordt gegeven als "Green, how I want you green." 't Is een opvatting, een andere kan ook.
Het gedicht is nogal lang, maar langzamerhand wordt het duidelijk. De zwaargewonde revolutionair Lorca droomt: hij wil naar huis, naar zijn groene huis, met zijn groene dekens, en zijn groene veranda waar, zo peinst hij, zij staat in de schaduw van al dat groen: groene huid, groene haren, koel-zilveren ogen, de gitane onder de maan en als vissen voortdrijvende wolken die openvallen naar een blanke (alba) ochtend. En wanneer de maan en de gitane in gedachten komen, dan denkt de dichter aan de nachtelijke feesten onder een onschuldig en goedwillend volk dat zich niet kon indenken dat zo'n burgeroorlog ooit mogelijk zou zijn.
Het groen is de vertrouwde, verkoelende kleur van een niks-aan-de-hand wereld. Zo eindigt het gedicht dan ook. Maar het begint met:

Groen, wat hou ik van je   groen.
Groen de wind, groen de takken.
Het schip op zee
en de paarden in de bergen.
Omringd door schaduw
droomt ze op haar balcon,
huid als groen, haar als groen,
ogen koel als zilver.
Onder de maan, een gitane.
Alles wendt zch naar haar
en zij kan het niet weerspiegelen.
....
....

En dan de laatste zes regels waarvan de laatste twee, herinnering aan geluksmomenten, in Nederland nog lang zijn blijven hangen:
....
....

Dronken soldaten
bonsden op de deur.
Groen, wat hou ik van je   groen.
Groen de wind, groen de takken.
Het schip op zee
en de paarden in de bergen.

Als dit iemand's laatste gedachten zijn, dan heeft hij goed karma behaald. Of in uw taaltje: dan heeft hij niet voor niets geleefd.

Naar de nieuwspagina




Nieuws over Boeddhisme is een productie van White Jade River, Instituut voor Boeddhisme.
De paginas bestaan sinds september 2004.
email: whitejaderiver@gmail.com / contactwjr@yahoo.nl

Stichting onder nummer 20138036.