White Jade River      
mei 2018      






Dit jaar 2018 is het 1300 jaar geleden dat de pelgrimsroute met de naam Sai-kóku San-djoe-sanshó (of Saigoku) in gebruik werd genomen. De Yomiuri Shimbun gaf extra aandacht aan een tempel in Nara met de naam Hoki-in waar op de grens van de zevende en achtste eeuw de monnik Tokudó leefde die deze voettocht ontwierp. Van de hand van Craig McLachlan is nog steeds het boek "Wandering with Bashō: A Journey Around the Saigoku 33 Temples of Kannon Pilgrimage" verkrijgbaar, al is het als e-boek. Zie de foto; verwacht niet overal gebaande wegen.

Tokudó (alles beter dan Tokoeoeoedo) zou die tocht in 735 hebben "ontworpen", het jaar waarin hij overleed, en, zo zegt men, hij zou ook zelf zijn eigen standbeeld hebben gemaakt (derde foto op de gegeven Hoki-in-doorklik). Op het terrein van deze subtempel (-in) staat een pagoda die zou zijn gebouwd op de plek waar Toduko zijn einde vond, gevallen uit een boom; hij meende daar het bodhisattvaschap te kunnen bereiken. Vandaag zouden we zeggen dat Toduko (als gevolg van malnutritie"? ) "kinds" was geworden, maar in die eeuwen kende men termen als kindsheid nog niet, en werd vreemd gedrag gewaardeerd als dat van een wijze.

Tokudo moet in zekere zin eenzaam zijn geweest, ook al was hij de bouwheer van 49 tempels. Hij was een emigrantenkind van, zegt men, het vasteland van Azië (China, zie onderstaand).
Het artikel gaat nog even door op leven en mystieke ervaringen van deze monnik die naar de traditioneel-orthodoxe wijze gewijd moet zijn geweest, nog op het vasteland (van China), een unicum in Japan. De door hem ontworpen pelgrimsroute gaat langs (in zijn opdracht gebouwde?) tempels die zijn gewijd aan Kannon (Ava-loki-tesh-vara). En dus is de Hoki-in er een in die lijn.
De hoofdtempel, de Hasedéra, is, en was, een shingon-tempel, dus is de Hoki-in dat formeel ook, ook al wordt er met geen woord over gerept.
Meer over Tokudo op de Shingon-pagina.

De monniken van Kója-san (Koyasan) dragen op dit moment dezelfde kleding als de chinese mahāyāna-monialen, op het "ophangsysteem" na. Dat is voor ingewijden een opmerkelijk gegeven. Stuff uit Australië had op 22 april een rijk geďllustreerd artikel over deze tempel in de traditie van het shingón.
Coté sociologie: Nog tien jaar geleden werd de bovenkleding van oostaziatische monialen — het broekpak zoals u het zult noemen — nog in meerderheid op maat gemaakt, door de kleermaker/naaister om de hoek. Alleen in Taiwan kwam heel voorzichtig een keten naar voren die het grijze vest, de lange broek, en de kuitlange jas, de voetlange jas, en de ceremoniële overmantel in bruin, geel, of oranje in confectie aanbood, dus tegen lagere prijzen. Nu meer en meer mahāyāna-monialen uit met name Japan tot het dragen van deze kleding overgaat, heeft zondermeer ook de confectie in die sector een boost gekregen. Het nadeel is dat deze confectie online besteld kan worden, hetgeen betekent dat de bedelaar die zich op die manier gekleed een hogere opbrengst denkt te kunnen halen, door geen enkele "molen" gaat bij zijn aanschaf. Hetzelfde geldt natuurlijk voor vrolijkerds van langs het westelijk halfrond die zich hiermee een air van "ik ben d'r ook een; benader mij met eerbied" willen geven.



Nieuws over Boeddhisme is een productie van White Jade River, Instituut voor Boeddhisme.
De paginas bestaan sinds december 2004.

Stichting onder nummer 20138036.