White Jade River      
juni 2018      






Xuan Ji lijkt een groep sinologen te zijn die zich hebben gespecialiseerd op onderwerpen als traditionele geneeskunst, astrologie, Yijing-interpretatie, Himalaya-boeddhisme, etc. Op pagina 28 komen ze kort aan de orde.

De spreker in een van de videos op het Xuan Ji Youtube-kanaal vertelt het niet, maar het zou kunnen dat hij hier de beleving en riten van het Nyingmapa heeft gefilmd (nadruk op nyíng-, niet op -ma-). In dat geval zou hij gefilmd hebben in en rond het Takthňk-klooster in Sakti, de enige Nyingma-vestiging in Ladakh. "Xuan Ji" bespreekt in de film het "Tibetaans dodenboek" (bardo tödöl) dat gezegd zou zijn door Padma-sambháva en opgeschreven door zijn levensgezellin. De kijker, al dan niet bekend met de franse taal, ziet hier in ieder geval wat "boek" betekent in veel aziatische kringen: niet samengebonden repen tekstdragers die tussen twee plankjes bewaard worden, en ingewikkeld worden in zijden doeken waar, op de kopse kant, de titel van het werk wordt gehecht.

"Xuan Ji" heeft het in zijn film ook over Walter Evans-Wentz, een van de westerse pioniers waar het de bestudering van het boeddhisme aangaat. Evans-Wentz was een theosoof, hetgeen zijn vertaling van het "Tibetaans dodenboek", en zijn presentatie van het Himalaya-boeddhisme, op belangrijke punten moet hebben beďnvloed. Te spreken over Evans-Wentz' vertaling is eigenlijk onjuist. Hij vroeg Lama Kazi Dawa-Samdup, die voor het britse gezag werkte, de vertaling te maken, en zal zelf de puntjes op de i hebben gezet. De eigenlijke geleerde hier is dus de lama (die was opgeleid door een Nyíngma-meester), en niet Walter, hoewel de laatste alle lakens naar zich toetrok.
Evans-Wentz was ook invloedrijk genoeg om de psycho-analyticus Carl Jung te vragen een voorwoord voor zijn boek te schrijven. Ook Jung was geen boeddhist — ook al schreef hij er over, noch een theosoof — voor zover bekend, maar wel onder de indruk van de daoďstische leer, en meer nog van de Yijing (spreek ongev.: jie-dzjěng) die niet persé daoďstisch van oorsprong is.
Het is dan ook geen wonder dat "Xuan Ji" het in zijn video heeft over "de geheimen van de ziel." Een doorgewinterde boeddhist zou het nooit zo verwoorden, hoewel het Himalaya-boeddhisme eigenwijs genoeg is om dat buiten de geleerden-kringen wel te doen, want "anders begrijpen ze (de westerlingen) het niet", zoals een het ooit formuleerde.

Wat in de film ook wordt aangestipt is de traditie van phowa. Hier wordt het gepresenteerd als een visualisatie, maar elders is het een meditatieve techniek die, zo wordt gezegd, er voor zorgt dat de laatste niet-fysieke levensresten via de fontanel boven op het hoofd het lichaam verlaten, waarop dat lege lichaam kan worden begraven, verbrand, of aan de gieren gegeven.
Die laatstgenoemde phowa-praktijk, waar in de video wel aan wordt gerefereerd, maar die hier niet in letterlijke zin wordt toegepast, wordt door veel boeddhistische kringen met grote argwaan gevolgd; het leidt tot de foutieve aanname van "ziel" (voetnoot 6). Het lijkt minder het Nyíngmapa te zijn dat deze techniek van phowa propageert, maar eerder een van de kleine subdivisies van het kŕgjoe (schrijf: kagyu).

Tijdens een van de eerste dagen van de ceremonie bij het lichaam van de overledene wordt het hem nog eens duidelijk gemaakt: (Palden Tsering,) "je bent dood ... sta jezelf toe te vertrekken. Je bent niet meer in dit leven, en ook nog niet in het volgende." (Dus ben je in het bardo (noot 10) waar je zo ongeschonden mogelijk doorheen moet). En alhoewel hier de overledene wordt aangesproken, geeft het bevestiging aan de nabestaanden: hij is dood; niet nodig nog langer te wensen dat hij levend zou zijn.

Een van de beelden tegen het eind van de film toont een oude moniaal die in zijn tempeltje de toevluchtsformule uitspreekt die redelijk snel na het overlijden van de historische Boeddha werd geďntroduceerd: ik neem toevlucht tot Boeddha, ik neem toevlucht tot de dharma (leer), ik neem toevlucht tot de sangha (gemeenschap [van monialen]).
Een door-en-door traditioneel-boeddhistische gedachte wordt een paar momenten later uitgesproken door een handelaar langs de straat: ik heb geen kwaad gedaan, dus ik ben niet bang om te sterven. En de vraag wordt aan een dame gesteld: waarom bent u niet bang voor de dood? Antwoord: "omdat we wedergeboren worden." En, zegt een ander: "al sterft het lichaam, het bewustzijn gaat voort."

Na negen dagen wachten — opgebaard liggen, zou men hier zeggen — wordt de overledene nog één keer toegesproken: "Luister goed." Er wordt hem voorgehouden dat hij zijn ware aard nog niet heeft gezien, gerealiseerd, en dat zijn nog na-ijlende gedachtenstroom zich gaat manifesteren in angstaanjagende gestalten die "rood of donkerblauw zullen zijn", etc.
De beelden die uit het Bardo Thödöl worden opgeroepen vindt de beschouwer terug op de sommige thankas.
(We moeten daarbij wel onthouden dat wie niet in de Himalaya-regionen geboren of opgevoed is, en nooit kennis heeft genomen van de beeldentaal van thankas, deze figuren ook niet op zijn/haar doodsbed zal zien. Als zodanig is dit Himalaya-gebruik dan ook cultuurgebonden, en niet universeel.)
De toehoorder die wel tot deze Himalaya-cultuur behoort, en die de recitatie bijwoont, beseft als gevolg dat wat op de thankas wordt weergegeven niet "echt" is, maar gestalten zijn van een nog gekwelde geest. "Wees niet bang", wordt de overledene daarom voorgehouden, "beef niet van angst, maar herken ze als projecties van je eigen geest." En dan komt het moment van inzicht en doorzicht waar nagenoeg alle scholen van het boeddhisme naar verwijzen: "op het moment dat je ze als zodanig ziet, zul je bevrijd zijn."
We moeten voorts beseffen dat rouwperiodes van negen dagen met de dode nog "boven de aarde" alleen voor kan komen in koude gebieden waar men niet de kans loopt overrompeld te worden door aas-zoekende insecten en al te nare luchtjes. Maar dat is een banaal einde aan een op zich waardevolle ceremoniële periode die wel aantoont hoe voorzichtig het Himalaya-boeddhisme met het leven omgaat: men gaat er niet zomaar meteen van uit dat iemand echt dood is; je weet maar nooit, even wachten, mogelijkheden open laten. Daar zullen misschien wel klimatologische oorzaken aan ten grondslag liggen, iemand die half bevroren aangetroffen wordt en toch nog weer overeind komt.



Nieuws over Boeddhisme is een productie van White Jade River, Instituut voor Boeddhisme.
De paginas bestaan sinds december 2004.

Stichting onder nummer 20138036.