White Jade River      
juni 2018      







Onder patronage van Sri Lanka's President begon op 2 mei de International Buddhist Conference die gehouden werd aan het Radja-giriya Sadaham Séwana International Buddhist Centre. Ook deze vierdaagse kreeg bezoekers uit een aantal aziatische landen. Het belangrijkste onderwerp van besprekingen, meldde Adaderana, was de samenhang tussen de verschillende internationale boeddhistische centra (die door Srilankanen geleid worden).

Ter gelegenheid van vesak (wesak of boeddhadag) werd in de theravāda-tempel, de Mahínd[a]ārama in Georgetown op het maleisische eiland Penang niet alleen een reuzegrote papieren lantaarn onthuld (naar koreaans voorbeeld), maar ook verscheen er een artikel waarin de schilderkunst van de srilankaanse eerw. Para-wahéra werd getoond.
Toen in de 80-er/90-er jaren op Sri Lanka een monnik de toegang werd geweigerd tot een school voor schone kunsten schoot die "act" hier in het verkeerde keelgat en werd er fors opgespeeld over zoveel bigotterie. Toenmalige srilankaanse monniken in Londen vonden het ook, en boden de aspirant-kunstenaar onderdak om daar zijn opleiding aan te vangen aan een britse school.
Nu zijn we dan zover dat Sri Lanka zich trots presenteert met kunstenaar-monniken. Het mocht eens tijd worden.

W. A. Abeysinghe leverde op 18 mei 2018 aan de Sunday Observer een artikel aan dat door LankaWeb in het archief is geplaatst.
De in 1902 geboren en in 1966 overleden eerw.(1) Oedankčndawala (zijn geboortedorp) Siri Sára-nankára is een van de drijvende krachten geweest achter het onafhankelijk worden van Sri Lanka.
De schrijver behandelt de verschillende episodes uit het leven van bhikkhu Sára-nankára waaronder zijn verblijf in het nu als onderwijsinstelling voor Buddhist Studies ter ziele zijnde Shanti-nikétan. Het oord in de buurt van Kolkata (Calcutta) werd gesticht door Rabíndranath Tagóre en is in principe een prima plek voor studie. Helaas is het weggekwijnd als gevolg van mismanagement, of liever, geen management.
We lezen ook dat het Chittagong, de heuvels in het zuiden van Bangladesh, in de 20er/30er jaren van de vorige eeuw een meerderheid aan boeddhisten kende. Dat was toen. Er zijn een paar dingen veranderd.
Het is, denk ik, Sáranankára geweest die zijn srilankaanse broeders een voorbeeld heeft gegeven. Wanneer in het verleden boeddhistische monnik naar het Vatikaan werden ontboden werd er de gebruikelijk ceremoniële plecht betracht: de paus schreed binnen, en de aanwezigen stonden op en bogen. Zo niet de Srilankanen, die bleven gewoon zitten.
Hoe dan ook, hoewel Sáranankára de monnikspij droeg moeten we hem toch zien als een soort revolutionair met, hoe goed bedoeld ook, gedachten en gedragingen die Boeddha een "hij draagt wel de pij, maar is geen monnik" zou hebben ontlokt, een variant op een gezegde uit de Dhamma-pāda.
(1) Dat "ze" elkaar "eerwaarde" noemen was rond 2004 nieuw voor een deel van Nederland dat boeddhisme eigenlijk zag als een hele leuke hobby met mensen die een beetje vreemd gekleed gingen.



Nieuws over Boeddhisme is een productie van White Jade River, Instituut voor Boeddhisme.
De paginas bestaan sinds december 2004.

Stichting onder nummer 20138036.