SAKETO SUTTA


[PTS] Samyutta Nikāya XLVIII, 43








de startpagina
de archiefpagina

de pagina over Boeddha


Tegen de achtergrond van de jongste inspanningen (zomer 2018) om ook legaal vastgelegd te krijgen dat onder de ruďnes van de Babri-moskee te Ajódja in India (Ayodhya), die gebouwd is op de (hindu) Ram mandir, de restanten liggen van een boeddhistische tempel, viel na kort zoeken de leerrede op die onze historische Boeddha hield in deze plaats. Ayodhya heet in de oude geschriften die in het Pali zijn neergepend Sakét of Sakéta.
Dat er sprake is van Ayodhya wordt bewezen door de aanwezigheid van de rivier die nu de Ghaghara heet, en vroeger, nog niet zó lang geleden, de Sarayu.
Zonder de rivier bij naam te noemen heeft Boeddha het er in zijn rede over wanneer hij zijn empirische methode van dingen onderzoeken uiteenzet.

De aanleiding voor het uitspreken van deze rede moet de vraag zijn geweest van de monniken die in en rond Saket/Ayodhya hun thuisbasis hadden. De titel van deze korte rede — Sāketo — wordt hier en daar weliswaar gegeven als "te Saket", maar wanneer we correct vertalen en de uitgangs-o zien als onbepaald voornaamwoord, dan moeten we de titel geven als "(uitgesproken tot) de mensen/monniken te Saket." Da's lang. Men heeft het dus maar ingekort, en heeft daarmee gelijk het historiserende onderzoek naar ondermeer deze leerrede (sutta) bemoeilijkt.

Zoals naar ons begrip Sanskriet- en Pali-zinnen doorgaans achterstevoren worden neergeschreven, Zo vinden we ook in deze leerrede, die werd uitgesproken te Saket, aan de oever van de Sarayu, in het hertenpark van de rijkaard Ańdjana (SN XLVIII,43), Boeddha's empirie pas zodra we door de eerstgemelde passages zijn geraakt: "Stel, bhikkhus, dat er een rivier is die oostwaarts stroomt, met een eiland in het midden. Dan is er een methode waarbij we kunnen vaststellen dat deze rivier een stroming heeft met één snelheid, maar er is ook een methode waarbij we kunnen vaststellen dat deze rivier een stroming heeft met twee snelheden."
Ańjana's park moet uitzicht gegeven hebben op het grootste van een aantal zandbanken in de Sarayu/Ghaghara. En het zou onderzocht kunnen worden of in de smalle slenk het water sneller stroomt dan in de brede geul.

Wat men er ook over wil vertellen, we moeten er van uitgaan dat dit een ooggetuige-verslag is geweest van een monnik die er bij was, op die dag. En het kan een van die monniken zijn geweest die zeven dagen na Boeddha's overlijden bij de anderen zat, voor de "Sapta-párni", de Zeven Grotten in de buurt van Rajgir. De vijfhonderd reciteerden om beurten wat ze hadden onthouden. Ze deden dat ten overstaan van verschillende scribenten die elkaar aflosten als de stenografen in een parlementszaal. Er moet in de loop van de zeven maanden een standaard-aanhef in zijn geslopen, want de meeste van die leerredes (suttas) beginnen allemaal ongeveer gelijk: "Aldus heb ik het vernomen. Eens verbleef de Heer in ... . Daar richtte hij zich tot de monniken: ..."

Nu moeten de monniken te Saket/Ayodya gezeten hebben met de vraag wat het verschil is tussen de technische termen indriya en bala (het laatste niet te verwarren met bāla: kinderlijke domkop).

Indriya moeten we vertalen met "mentale vermogens"; het is dus het potentieel dat aangewend zou kunnen worden, en bala zijn de mentale krachten op het moment dat de indriya in functie treedt/treden. Het is wel de kortste samenvatting van het grondleggende leerstuk dat "Afhankelijk, Voorwaardelijk Ontstaan" wordt genoemd, en dat in de klassieke voorstelling 12 geledingen heeft, te beginnen met intentie ('ik ga eens wat doen'), waarna de uitvoering van die intentie volgt ('ik ben bezig met ...') — meestal, tenzij de luiaard weer terug in de kussens zakt.

Ook weer ergens na de inleidende bespreking vinden we in deze Saketo-sutta wat Boeddha ziet als het verschil en de overeenkomst tussen indriya en bala: "Monniken, er is een methode, een manier van dingen uiteenzetten waaruit blijkt dat de vijf mentale vermogens (indriya) de vijf krachten (bala) worden, en de vijf krachten de vijf mentale vermogens."

Wat die vijf zijn, volgt onderstaand.

En wat nu zo grappig is, is dat Boeddha niet terugschrikt waar wij wel voor terugschrikken: suggestie! Want wat zegt hij in deze Saketo-sutta?

(1) "En wat is die methode? Wat het mentale vermogen van (jezelf) overtuigen is, dat wordt de kracht van overtuigen, en dat wat de kracht van overtuigen is, dat is (tegelijk of daaraan voorafgaand) het mentale vermogen om (jezelf) te kunnen overtuigen ('ik kan het!').
(2) Wat het mentale vermogen van energie (inzetten) is, dat wordt de kracht van energie (energiek bezig zijn), en dat wat de kracht van energie is, dat is (tegelijk of daaraan voorafgaand) het mentale vermogen om energie te kunnen opwekken.
(3) Wat het mentale vermogen van aandachtig zijn is, dat wordt de kracht van aandachtig zijn, en dat wat de kracht van aandachtig zijn is, dat is (tegelijk of daaraan voorafgaand) het mentale vermogen om aandachtig te kunnen zijn.
(4) Wat het mentale vermogen van concentratie (samādhi) is, dat wordt de kracht van concentratie, en dat wat de kracht van concentratie is, dat is (tegelijk of daaraan voorafgaand) het mentale vermogen om geconcentreerd te kunnen zijn.
(5) Wat het mentale vermogen van wijs zijn is, dat wordt de kracht van wijsheid, en dat wat de kracht van wijsheid is, dat is (tegelijk of daaraan voorafgaand) het mentale vermogen om wijs te kunnen zijn."


Met deze vijf mentale vermogens en vijf mentale krachten, zo besluit Boeddha zijn rede, is men in staat de geest te zuiveren, en zonder gezuiverde geest geen bevrijding.

Waarom gebruikte hij toch zo vaak min of meer herhalingen? Omdat tijdens zijn leven niets op schrift werd gesteld, en zijn toehoorders geacht werden het gezegde uit het hoofd te leren. Opdreunen van bijna identieke zinnen helpt bij het memoriseren, zeker wanneer ze bij het reciteren ook nog een beetje ritme hebben.

We mogen deze leerrede ook lezen als een impliciete kritiek op de praktijk van andere asceten die Saket/Ayodhya zullen hebben aangedaan. In het verre verleden was het ontwikkelen en tonen van mentale krachten, "powers", d.w.z. het tonen van tovenaarskunsten, nog pregnanter aanwezig dan vandaag. Mogen we het inderdaad zien als een kritiek, dan zegt Boeddha hier dat je geen barst opschiet met kunstjes vertonen: iedereen met een beetje geestkracht kan wel iets, maar daarmee bevrijdt het individu zijn gemoed nog niet: tsjeeto-vimóetti (cetovimutti) heet gemoedsbevrijding in de Eerste Leerrede.

Wanneer we "gemoedsbevrijding" een-op-een gelijk mogen stellen met het begrip nirvāna/nibbāna, dan vinden we slechts één plaats waar Boeddha, in gesprek met een zekere Kappa, zo duidelijk mogelijk uiteenzet wat het betekent. Op de internetpagina begint het vers met There is an island, an island which you cannot go beyond.

(Het [PTS] uit de kop staat voor Pali Text Society





Deze pagina is er een op de site www.buddha-dharma.nl
www.buddha-dharma.nl is eigendom van White Jade River, Instituut voor Boeddhisme