Uit het archief van www.buddha-dharma.nl






AFHANKELIJK, VOORWAARDELIJK ONTSTAAN

Paticca sammupāda, resp. Pratitya samutpāda





Oktober 2018
het leven van de vlieg
Onlangs werd het leven van de vlieg proefondervindelijk aangetoond. Tegen het eind van het zomerseizoen kwamen een paar takjes meidoornbessen in huis. Na ekele dagen openden een paar van die bessen en vielen er minuscule kronkelende wurmpjes uit.
Zo gaat dat dan: ergens in de voorjaarstijd zet de vlieg haar eitjes af in het binnenste van de meidoornbloem. Daar raken ze ingesloten in wat uitgroeit tot een bes. Zodra die bes rijp is opent het zich en valt het van eitje tot wormpje getransformeerde begin van een vlieg er uit. Als die wormpjes de aanslag overleven van vogels die voor de winter een goede vetlaag moeten aanleggen, dan verschuilen ze zich onder het afgevallen blad en in de bovenste laag aarde.
Zodra er een warme voorjaarsdag is stijgt er — simsalabim, waar komen die nu vandaan? — een clustertje vliegen op uit de warme bodem en begint het spel van voren af aan.

Voorwaardelijk, afhankelijk ontstaan
In de canonieke Samy˙tta- resp. de Samy˙kta-collectie van het Kleine Voertuig wordt het 12-ledige rad van Afhankelijk, Voorwaardelijk Ontstaan, (P.) paticca-samuppāda / (Skr.) pratitya-samutpāda, wordt deze gedachtegang in de Nikāya-, resp. de Āgama-collecties(1) als volgt gegeven:

"En wat is Afhankelijk, Voorwaardelijk Ontstaan? 1/ Onwetendheid is de voorwaarde voor samenstellen. 2/ Samenstellen is een voorwaarde voor bewustzijn. 3/ Bewustzijn is een voorwaarde voor naam en vorm. 4/ Naam en vorm is een voorwaarde voor de zes zintuigen. 5/ De zes zintuigen zijn de voorwaarde voor contact maken. 6/ Contact maken is de voorwaarde voor voelen. 7/ Voelen is een voorwaarde voor begeerte. 8/ Begeerte is een voorwaarde voor hechten. 9/ Hechten is een voorwaarde voor [embryonair] ontstaan. 10/ [Embrionair] ontstaan is de voorwaarde voor geboren worden. 11/ Geboren zijn is de voorwaarde voor ouder worden en dood, leed, gelamenteer, pijn, afzien en wanhoop. Zo komt deze hele massa van dukkha (duhkha) [op basis van voorwaarden en condities] tot ontstaan (en mondt uit in 12/ dood)."

Een onderzoeker naar boeddhistische teksten vroeg zich af hoe het mogelijk zou kunnen zijn dat uit dood (stadium 12) weer geboorte (stadium 10) kan ontstaan, want uit onwetendheid (stadium 1) ontstaat toch geen leven!
Toen wist ondergetekende het antwoord nog niet. Vandaag, met het leven van de vlieg voor ogen wel. Voorafgaand aan stadium 12, wordt op stadium 10 al de voorwaarde voor nieuw leven geschapen, niet in de zin van een wederopstanding, maar in de zin van een voortgaan van, in dit geval, materieel leven in een nieuwe vorm.
Op het moment van de dood, zo ontdekte Boeddha, is er al nieuw leven dat, mits de keten doorbroken wordt, opnieuw richting eitjes afzetten en sterven snelt, onwetend (stadium 1) van die cirkelgang en wat er na de geboorte als wetmatigheid volgt: accouplement, eitjes afzetten, nog een beetje rondvliegen, en dood neervallen.
Tot zover de vlieg. Warmbloedigen blijven nog een tijd leven, maar het principe is hetzelfde: de daad van propageren is bij het hoofdstuk "Ontstaan" gepleegd.

Het is precies op basis van dit leerstuk dat diegenen die de genoemde Samy˙tta- resp. Samy˙kta-leerredes meenemen nog de ernstigste bedenkingen hebben met betrekking tot diegenen die het door (prÚ-)hindu´sten aangereikte "re´ncarnatie" huldigen. Of sterker nog, de "re´ncarnisten" worden hartelijk uitgelachen: een terugkeer van het zelfde is niet mogelijk. Wel is het zo dat het ene, zonder dat er echt fysiek contact ontstaat, zonder dat er "hands-on" een duwtje wordt gegeven, het nieuwe mogelijk maakt te ontstaan. En dan spreken we over "wedergeboorte", hoewel strict genomen ook deze term volkomen onjuist is. In die zin moeten we de oude dao´sten gelijk geven wanneer zij woorden hanteren die met "continuŘm" vertaald zouden kunnen worden.

Niet-zelf
In het licht van dit leerstuk leerde Boeddha dan ook het "niet-zelf". In die hele cirkelgang van gedachten, van lichamelijke en mentale gevoelens waar we, oppervlakkig denkend als we zijn, "mijn zelf" tegen zeggen, zien we bij nauwkeurige beschouwing dat voor het ontstaan van die nieuwe gedachte die nog komen moet de aanleiding al in embrionaal stadium aanwezig is. De aanleiding voor de opvolger van de huidige of "oude" gedachte was er al, maar manifesteert zich pas werkelijk nadat het oude heeft opgehouden te bestaan: we denken nooit aan twee dingen tegelijk, zelfs niet wanneer we schijnbaar tegelijk fysieke en mentale ondervindingen waarnemen. Een aangescherpte geest neemt waar dat de geest heen en weer gaat, van het ene fenomeen naar het andere, en zolang het ene wordt waargenomen is het andere er (even) niet.
Mijn zelf, zo leert Boeddha ons gedurende zijn hele onderwijzende leven na het uitspreken van de Eerste Leerrede waarin het twaalfvoudig pad al in beknopte zin wordt besproken, is niet meer dan een continuŘm: niets blijft.

Zeg nu niet dat Boeddha het had van Ovidius die het in zijn Metamorphosen (418R) had over de geest die niet sterft. Dat is zˇ kinderachtig, en verraadt zˇzeer de imperialistische inborst van de westerse mens die desnoods stampvoetend laat weten dat hÝj en hÝj alleen de eerste was, de beste is, en de laatste zal zijn.
Het is heel wel mogelijk dat op verschillende punten op deze aardkloot verschillende personen op dezelfde gedachte komen. Zoals de hak die we afgebeeld zien op de oude egyptische monumenten ook wordt aangetroffen op die van de Mayas en Azteken, zo zijn ook de "oude Europeanen" en de aziatische denkers soms op ideeŰn gekomen die min of meer op elkaar lijken, en in het verschil ertussen tonen ze binnen welke cultuur ze zijn ontstaan.
(1) Dit zijn de canonieke Kleine Voertuig-collecties van respectievelijk het zuidelijke en het noordoostelijke Kleine Voertuig. (De Kanjur uit de Himalayas wordt hier buiten beschouwing gehouden).
Zie ook Avatßmsaka soetra boek 23-2.







Deze pagina is er een op de site www.buddha-dharma.nl
www.buddha-dharma.nl is eigendom van White Jade River, Instituut voor Boeddhisme