White Jade River      
maart 2019      






De gods-mythe even terzijde latend — wanneer 50% van de wereldbevolking zo'n mythe als religie aanhoudt, dan wordt het, althans voor hen, waarheid — is bijvoorbeeld het Chanson de Roland (Roelandslied), dus een Chanson de Geste, een kenmerkend voorbeeld van westers, dus psychisch cultiveren/weten afwijzend, itihása:
Dat Karel de Grote (Charlemagne) bestond is een historisch feit, dat de rivier de Ebro die langs het toenmalige strijdperk van Roncevalles loopt bestaat, kan aangewezen worden, dat Karel's helden bij de val van Saragossa niet alleen de moskeeën, maar ook meteen maar de synagoges verwoestten, is een bewezen feit. Maar dat er een ridder is geweest met de naam Roland, en dat zijn schoonvader Ganelon heette, en de koning/kalief van Saragossa Marsile, en zelfs de hoorn-toeter van Roland een slagtand van een olifant was, en zo verder, dat is itihása, althans in de westerse betekenis, want zonder "mythe" in de aziatische zin van het woord waar het de component bevat van alleen door het individu vast te stellen "geesteswaarheden", zeg maar. In het geval van het hinduďsme is er dan sprake van op vedische substrata gebaseerde ondervindingen-waarheden — waarvan het boeddhisme bij lange na niet alle kenmerken van wenst te delen.

Wat de auteur wel verweten mag worden is dat hij "het westen" verwijt "history-centric" te zijn. Het komt uit de mond van iemand die opgegroeid is in een cultuur waarin zeer grote nadruk wordt gelegd op de inhoudelijkheid van wijsgerige beschouwingen, en volstrekt niet op de geschiedkundige aspecten — wat kwam eerst, wat kwam later, wie reageerde op wie, en op welke stellingen dan wel. We zien dit geďllustreerd aan de vedische stroming het mīmāmsā, waarvan overigens de westerse filosofiestudent alleen de substroming het purva mīmāmsā een online lemma heeft waardig gekeurd. Wanneer Boeddha volgens een van de vroegste leerredes zijn volgelingen oproept om niet overdreven veel aandacht te geven aan ceremonieën, dan mogen we niet aannemen dat hij impliciete kritiek uitte op het purva mīmāmsā dat pas een paar honderd jaar na zijn dood, ca. 300–200vC, aan het licht kwam. Dat is niet onbelangrijk, omdat we hieraan kunnen zien dat het willen uitvoeren van rituelen een in de mens ingebakken neiging moet zijn, die onder bepaalde omstandigheden — zie ook het confucianisme van oost-Azië — obsessieve vormen kan aannemen.

Maar overigens is de heer Malhotra's samenvatting van het boeddhistische madhyámaka een mahāyāna-stroming van voornamelijk de Himalayas, een heldere en correcte. In het boek heeft hij zijn online-bijdrage uit het jaar 2000 gecorrigeerd. Die online-bijdrage zou dus net zo goed verwijderd kunnen worden.
Zie voor het verschil tussen het advaita vedánta en het mahāyāna-boeddhisme dit blog.
Bovendien heeft de auteur de deur opgestoten naar de term die binnen het boeddhisme tot nu toe met "gokken" werd vertaald. De vroeg-hinduďstische tradities hadden het over "dobbelen" als een in principe helemaal niet verkeerde bezigheid omdat de mens daarbij kon wennen aan de gedachte aan de onverwachtheden en zelfs tegenslagen in dit leven. Een voetnoot 14a is daarom aan de Sīgālovada sutta toegevoegd ter illustratie waarom Boeddha daar zo'n bezwaar tegen had.

Aangekomen bij het hoofdstuk "The Oriental Renaissance" [van de late 19de eeuw tot en met vandaag] lijkt het wel alsof de auteur ondergetekende's opvatting en woorden tenminste parafraseert: "Uitgebreid werk moet verricht worden om de vaak opzettelijk verborgen of over het hoofd geziene [en ontkende] rol te tonen die europese indologen en hun tegenstanders speelden wanneer ze zich inspanden om de Romantische en moderne concepten van het Westen gestalte te geven [met medeneming van de "stukjes" dit of dat waarmee de werken enigszins werden opgefrist]. Maar het punt dat hier toch gemaakt moet worden is dat de inspanningen om aziatische culturen en metafysica te 'verteren' een nog grotere spanning legde op de westerse synthetische eenheid dan voorheen."
Met synthetisch bedoelt de auteur de bewuste inspanning om verschillende culturele en andere uitingen als het ware in elkaar te schuiven en te assimileren waardoor de originelen — voor zover het statische eenheden waren — niet meer herkenbaar zijn. Denken we daarbij in eerste instantie aan de eerste vertalers die er alles aan deden om binnen vertalingen van boeddhistische teksten de joodse, griekse, en christelijke filosofie en theologie niet te ontkennen. Dit zijn heel bewuste en diep doordachte vertaalinspanningen geweest, tot een mate waarin we eigenlijk alle laat-negentiende, vroeg-twintigste-eeuwse vertalingen opnieuw tegen het licht zouden moeten houden, nu dan met de kennis over de betreffende oorspronkelijke cultuur voorhanden, want het heeft even geduurd voordat ook de hinduďstische filosofieën in vertalingen in latijns schrift voorhanden waren.
Men zou kunnen zeggen dat boeddhisme bij het binnenkomen in China toch ook van gezicht is veranderd. Maar met het indigene daoďsme had en heeft China een pendant van de indiase dharmische tradities, een "science of consciousness", en een "science of body". De dharma viel niet in totaal vreemde aarde.

Met alle waardering voor zijn belezenheid is er een klein puntje van kritiek wanneer de auteur het woord samatā vertaalt met gelijkmoedigheid. Daarom is een van de paginas over meditatie binnen het boeddhisme een ietsje uitgebreid.

In zijn sub-hoofdstuk "How History-centrism Works" citeert de heer Malhotra vrij omstandig A. Wallace's in 2002 bij de heer Malhotra's Infinity Foundation verschenen "Why the West Has No Sciene of Conciousness: A Buddhist View" (beide auteurs volgen de vreemde amerikaanse gewoonte om alle woorden in een titel met een hoofdletter te schrijven). Sindsdien is het in een 24 paginas PDF online gezet.
Samengevat komt het er op neer dat de westerse cultuur, zoals we maar al te goed weten, niet zoiets heeft als samādhi (op 2 plaatsen)(1), een niet kortstondige maar doorgaande, permanente meditatieve geesteshouding. Wallace contrasteert daar de katholieke en protestantse opvatting over zoiets bijna onbekends als de meditatieve praktijk. Gaat het katholicisme er nog van uit dat een contemplatief zo'n geestestoestand wel een half uur kan volhouden, meent het protestantisme, met de gezegden van Augustinus in de hand, dat de mens die verwaandheid maar beter achterwege kan laten — godzijn benaderen: foei toch!

En verder moeten we constateren dat de auteur alle frustraties loslaat die andere niet-westerse volkeren ook in steeds toenemende mate vertonen. Daarin hebben ze soms gelijk, en soms zijn ze niet goed genoeg geďnformeerd over volkeren die nog tot in het begin van de twintigste eeuw, uitgezonderd zekere elites, straatarm en ongeschoold waren, en die daarna een inhaalslag hebben willen maken die niet altijd lukt en vaak cocasse is, genre "ach gossie".

(1) Uit hoofde van zijn beroep gaat ook Wallace niet voorbij de werking van "mind" en "consciousness", waarvoor het nederlands geen goede woorden heeft om niet in botsing te komen met een woord als hersens, en geen bijgedachten oproept aan geest, een woord dat zo zwaar beladen is door de formuleringen van de meerderheids-religie in het westen. Wallace gaat in zijn analyse niet tot aan het doel waar een goedgetrainde "mind" en "consciousness" voor ingezet moeten worden. Dat is jammer, maar het is wat het is.

Wanneer een van Nęerlands hersenspecialisten in per tv uitgezonden programmas vrolijk roepend over een toneeltje stuitert en toetert dat het héél goed is om iedere dag een uur uit het raam te staren, omdat daarmee de hersens tot rust komen — het zuiver materialistische, cartesiaanse denken met materialistische motieven en materialistische doelen — dan heeft hij dat uit dharmische kringen, en heeft hij tien tegen een de woorden over samatā gelezen, deze of andere, zonder aan bronvermelding te doen, want daarmee zou je maar de bijl leggen aan eigen superioriteits-ideëen.

Materialisme is uitsluitende aandacht voor het tastbare, dus in ons geval uitsluitend aandacht voor het lichaam, de fysieke ondervindingen en de emoties, zonder een daaraan voorbij. Descartes was een materialist, en Kongzi (Confucius) ook.


Daarnaast moeten we onthouden dat de auteur, en zijn vrienden zoals Dr. Subramanian Swamy, ingenomen zijn met de manier waarop de RSS zich nu presenteert en de partij de BJP assisteert tijdens zijn verkiezingscampagne. De RSS is in het zeer recente verleden in het westen overgekomen als een nogal agressief-militante organisatie. Uit een recent interview met de nieuwe RSS-leider zou gehaald kunnen worden dat ze de toon en de daden enigszins aan het matigen zijn.
vervolg Being Different

Terug naar de literatuur-pagina

Terug naar de voorpagina

naar het White Jade River-blog

Words in picture-blog



Nieuws over Boeddhisme is een productie van White Jade River, Instituut voor Boeddhisme.
De paginas bestaan sinds december 2004.

Stichting onder nummer 20138036.